De Blauwe Tram (NZH)

De Blauwe Tram is de legendarische en liefdevolle volksbenaming voor het omvangrijke interlokale elektrische tramnetwerk dat tussen 1881 en 1961 werd geëxploiteerd door de Noord-Zuid-Hollandsche Vervoer Maatschappij (NZH). Met haar diepblauwe rijtuigen vormde dit netwerk decennialang de ruggengraat van het openbaar vervoer in de regio's Amsterdam, Haarlem, Leiden en Den Haag.

Het Netwerk

Het netwerk van de NZH was historisch opgedeeld in twee grote, technisch verschillende netten die elkaar kruisten in Haarlem: het Normaalspoornet (1435 mm) en het Meterspoornet (1000 mm). Oorspronkelijk begonnen als stoomtramlijnen, werden de verbindingen vanaf het begin van de 20e eeuw in hoog tempo onder de stroomdraad gebracht.

Het Normaalspoornet (Noordelijk Net)

De absolute hoofdlijn en tevens de drukste en belangrijkste interlokale tramverbinding van heel Nederland was de lijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort. Geopend als elektrische tramlijn, trok deze lijn dagelijks duizenden forensen en op zonnige zomerdagen enorme massa's strandgangers richting de kust van Zandvoort. De legendarische 'Boedapester'-tramstellen denderden hier met hoge snelheden over een eigen vrije trambaan parallel aan de Haarlemmerweg.

Een 'Boedapester'-tramstel op de Langebrug in Haarlem (1953)
De drukke tram richting Zandvoort op het Spui te Amsterdam

Het Meterspoornet (Zuidelijk Net)

Het metersporige netwerk strekte zich uit ten zuiden van Haarlem en concentreerde zich grotendeels rondom de studentenstad Leiden. Belangrijke interlokale lijnen verbonden **Scheveningen en Den Haag via Voorburg, Leidschendam en Voorschoten met Leiden**. Vanaf Leiden splitsten de lijnen zich verder af naar de bekende kustplaatsen Katwijk aan Zee en Noordwijk aan Zee. Tevens exploiteerde de NZH fijnmazige stadslijnen in zowel Haarlem als Leiden.

De Blauwe Tram op de route tussen Leiden en Den Haag via Voorschoten
Interlokale NZH-tram op het meterspoor richting Katwijk aan Zee

Het Iconische Materieel

Hoewel de NZH veel verschillende typen trams bezat, is er één model dat onlosmakelijk verbonden is met de herinnering aan de Blauwe Tram: de **Boedapester**. Deze imposante, zware metalen tramstellen werden gebouwd door de firma Ganz & Co. in Boedapest en ademden pure luxe uit. Ze stonden bij de machinisten bekend om hun voortreffelijke rijeigenschappen en bij de reizigers om het ongekende zitcomfort en de grote, karakteristieke ovale ramen bij de balkons.

Serie (Nummers) Type wagen Spoorwijdte Bouwjaar Fabrikant Kenmerken / Inzet
Serie A1 - A222-assige motorwagens1435 mm1904MétallurgiqueDe oudste elektrische wagens, veelal ingezet op de lokaaldiensten.
Serie A251 & B251Motor- en bijwagens1435 mm1918Beijnes (Haarlem)Klassieke houten wagens, ingezet tussen Amsterdam en Zandvoort.
Serie A401 & B401'Boedapesters' (Groot)1435 mm1923-1924Ganz & Co (Boedapest)Grote, zware sneltramrijtuigen voor de lijn Amsterdam - Zandvoort.
Serie A501 & B501'Boedapesters' (Klein)1000 mm1923-1924Ganz & Co (Boedapest)Aangepaste, smallere versie voor het meterspoornet rond Leiden.
Serie A600 / B600Gelede Tramstellen1000 mm1932Beijnes / WerkspoorModerne, dubbelgelede wagens voor de drukke strandlijnen.

De Verbussing en de Beruchte Sloop (1957 - 1961)

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de visie op openbaar vervoer drastisch. Het particuliere autobezit nam explosief toe en de vaste trambanen werden door stadsplanners steeds vaker gezien als een hindernis voor het opkomende autoverkeer. De NZH koos voor een actief beleid van **verbussing**: de exploitatie van dieselbussen was goedkoper en aanzienlijk flexibeler.

Een voor een werden de historische lijnen opgeheven. Op **31 augustus 1957** reed de iconische en overvolle lijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort haar allerlaatste ritten. Het definitieve einde voor de Blauwe Tram viel op **9 november 1961**, toen de allerlaatste tram reed op het traject Den Haag – Leiden via Voorschoten.

Wat volgde was een zwarte bladzijde voor veel liefhebbers: vrijwel het gehele, unieke wagenpark van bijna 350 trams werd in de dagen daarna naar zijsporen gereden (zoals bij de Korte Vliet in Leiden), ter plekke **in brand gestoken** om het metaal te scheiden, en nagenoeg volledig gesloopt. "Waar vooruitgang is, moet emotie wijken", klonk het destijds in het Polygoon-journaal.

Enorme belangstelling tijdens de allerlaatste rit naar Zandvoort (1957)
Beruchte ontmanteling: NZH-trams worden in brand gestoken (1961)

Wat bleef er bewaard?

Van de honderden Blauwe Trams zijn er wonderbaarlijk genoeg slechts **7 exemplaren** aan de vuurzee en de slopershamer ontsnapt. Dankzij het vroege werk van onder andere het Spoorwegmuseum en de Tramweg-Stichting kunnen we tegenwoordig nog een paar tastbare herinneringen bewonderen:

NZH Vervoermuseum (Haarlem): Huisvest onder andere de schitterende houten Métallurgique-motorwagen A14 en de legendarische herstelde Boedapester-stuurstandstandwagen B412.
Tramweg-Stichting (Scheveningen): Beheert en restaureert diverse metersporige rijtuigen (zoals de A106, A327 en de bijwagens B303 en B37).
Genootschap De Blauwe Tram: Zet zich vol overgave in voor de reconstructie en restauratie van de unieke tramstellen om het erfgoed rijdend te houden.

Museumrijtuig A37 veilig opgesteld in het NZH Vervoermuseum
De geredde en schitterend gerestaureerde 'Boedapester' B412