Trams in Arnhem
Tekstbron: Paul van Onzen / Trolleyclub.nl
Geschiedenis
Paardentram (1879 - 1912)
Het eerste reguliere openbaar vervoer in Arnhem en omgeving begon al in 1839 met door paarden getrokken omnibussen die een aantal keren per dag tussen Arnhem en Velp reden. Op 30 december 1879 werd de Arnhemsche Tramweg Maatschappij (ATM) opgericht. Op 3 mei 1880 startte zij met de exploitatie van paardentramlijnen op normaalspoor (1435 mm). Er waren twee stadslijnen ien een buitenlijn naar Velp.
In 1907 besloot de gemeente Arnhem de concessie van de ATM niet te verlengen en zelf elektrische tramlijnen te gaan exploiteren. Na moeizame onderhandelingen over de overname werd dit in 1909 afgerond. In hetzelfde jaar begon de ombouw van de lijnen naar Kaapspoor (1067 mm) en de aanleg van de bovenleiding. De eerste omgespoorde lijnen kwamen in augustus en september 1910 in bedrijf. Het allerlaatste stuk paardentramlijn, in Velp, werd op 13 juni 1912 opgeheven.
Elektrische tram
Op 21 mei 1911 werd de eerste elektrische tramlijn in dienst gesteld. Dit was lijn 1 (Oranjestraat – Velperpoort). Kort nadien kwamen daar nog drie lijnen bij:
• Lijn 2: Burgemeester Weertsstraat – Markt (14 juni 1911)
• Lijn 3: Graaf Ottoplein – Markt (14 juni 1911)
• Lijn 4: Station – Boulevard Heuvelink (4 juni 1911). Deze lijn werd per 19 juli alweer opgeheven en gecombineerd met lijn 2.
In hetzelfde jaar volgden nog twee uitbreidingen: op 4 augustus ging lijn 1 doorrijden naar Velp en op 27 september werd lijn 2 verlengd naar de Spijkerlaan. Lijn 1 werd op 13 august 1912 doorgetrokken naar Oosterbeek. Voor deze elektrische dienst schafte de GETA in 1911 en 1912 in totaal 29 tweeassige motorwagens aan. Verder werden er 8 gesloten en 9 open paardentramrijtuigen van de ATM overgenomen en na ombouw als aanhangrijtuig ingezet.
Goederen- en Zandvervoer (1916 - 1926)
Gedurende de jaren 1916 t/m 1926 verzorgde de GETA goederenvervoer naar enkele Arnhemse bedrijven. In de jaren 1918 en van 1921 t/m 1925 vond er grootschalig zandvervoer plaats. Hiervoor werden 12 elektrische locomotieven en een groot aantal kop- en zandwagens aangeschaft. Het afgegraven zand werd gebruikt bij de aanleg van nieuwe Arnhemse wijken zoals Het Broek.
Uitbreidingen naar de Nieuwe Wijken (1920 - 1926)
Uitbreidingen naar nieuwe wijken aan de noordkant kwamen tot stand in de jaren 1920 t/m 1926:
• Lijn 2: Burgemeester Weertsstraat – Bakenbergscheweg (28 maart 1920)
• Lijn 3: Graaf Ottoplein – Hommelscheweg (15 april 1921)
• Lijn 4: Velperplein – Geitenkamp/Marktplein (1 mei 1922). Op 15 mei 1924 verlengd naar het Schuttersbergplein.
• Lijn 5: Hommelscheweg – Schelmscheweg/Openluchtmuseum (17 juni 1923). Per 16 april 1933 opgenomen in lijn 3.
• Lijn 7: Station – Velp (15 mei 1925 tot 1 februari 1932) als supplementdienst van lijn 1.
Tramnet Lijnenkaart (1939)
Trolleybusplannen en de Oorlog (1937 - 1944)
Op 8 april 1937 werd van de NBM de TOL-lijn, Grindweg – Kievitsdel, overgenomen. Intussen waren er plannen voor de invoering van trolleybussen. Ir. L. van den Honert, de directeur van het trambedrijf, zag dit als een reële mogelijkheid voor minder drukke lijnen. Lijn 2 wurde op 12 december 1938 opgeheven en vervangen door autobuslijn A.
Kort na het begin van de Tweede Wereldoorlog werden de rails van lijn 2 naar de Hoogkamp tot aan de Jacob Marislaan wegens benzineschaarschte echter teruggelegd en gingen er weer trams rijden. Op 25 december 1942 kwam nog een laatste uitbreiding tot stand: een tramlijn van de Schelmscheweg naar het vliegveld Deelen, aangelegd in opdracht van de Duitse bezetter. Om de enorme reizigersstroom te verwerken werden in 1941 en 1943 negen gesloten aanhangwagens van de GTA uit Amsterdam overgenomen (Serie 101-109).
Het Einde van het Trambedrijf (September 1944)
Op zondag 17 september 1944, toen de Slag om Arnhem begon, werden in de loop van de middag alle tramdiensten in Arnhem gestaakt. In de dagen daarna werden bij bombardementen op de tramremise de meeste trams en grote delen van de infrastructuur volledig vernield. Dit betekende het definitieve einde van het Arnhemse trambedrijf.
Historische Beelden
Materieel
| Serie / Nummers | Type wagen | Bouwjaar | Fabrikant | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|---|
| Serie 1-13 | Motorwagens | 1911 | Weyer | Korte wagens, crème kleur, later voorzien van scheve ruiten. |
| Serie 14-21 | Motorwagens | 1911 | Allan | Gelijke afmetingen als Weyer, kregen later vouwdeuren. |
| Serie 22-29 | Motorwagens | 1912 | Allan | Grotere tweeassers met 4 zijramen, hoofdzakelijk op lijn 1. |
| Serie 30-33 | Motorwagens | 1921 | Werdau | Krachtigere motoren (2x33 pk) voor heuvelachtige lijnen. |
| Serie 34, 35, 37, 38, 43-48 | Motorwagens | 1921 (Ombouw 1925/26) | Werdau | Omgebouwd uit de aanhangwagens 69-78. |
| Serie 70-75 | Vierassige Motorwagens | 1929 | Beijnes | De trots van het bedrijf, reden uitsluitend op lijn 1. |
| Serie 78-80 | Birney Cars | 1924 | Amerikaans import | Ex-TOL, hobbelden erg door korte radstand, snel uit dienst. |
| Serie 101-109 | Aanhangwagens | 1912/1913 | Werkspoor / Uerdingen | Ex-GTA Amsterdam, overgenomen in 1941/1943. |
| Serie 50-57 | Gesloten Aanhangwagens | Ombouw 1911 | Beijnes / ATM | Ex-paardentram ATM. |
| Serie 60-68 | Open Aanhangwagens | Ombouw 1912 | Beijnes / Pennock | Ex-paardentram ATM, open zomerwagens. |
| Serie 69-78 | Aanhangwagens | 1921 | Werdau | Later verbouwd tot motorwagens. |
Het Openluchtmuseum (1996 - heden)
Sinds 1996 is de tram in historische vorm terug in Arnhem op het terrein van het Nederlands Openluchtmuseum. Here rijdt onder andere een prachtige replica van de Arnhemse vierasser (GETA 76), zodat de herinnering aan dit unieke trambedrijf levend blijft.